Op het akkerbouwbedrijf van Jos van Kempen in Vierlingsbeek ging ze in gesprek over regeneratieve landbouw. En zoals het hoort bij bodemwerk: met de schop in de grond.
De leden van de vereniging passen al jaren regeneratieve principes toe in hun akkerbouw en melkveehouderij. Denk aan gevitaliseerde mest, compostthee, mengsels van groenbemesters, slimme bodemanalyses en aangepaste bemesting. Maar vooral: anders kijken naar de bodem. Ruiken, voelen, en begrijpen wat er onder je voeten gebeurt.
Zichtbare resultaten
De aanpak werpt vruchten af. In 2024 zagen de ondernemers minder nitraatuitspoeling, meer stabiele organische stof en vitalere gewassen met diepere wortels. “De bodem vertelt ons alles – als je leert kijken, ruiken en luisteren,” zegt Jos van Kempen. “Met simpele stappen hebben we snel resultaat geboekt: een bodem die beter bestand is tegen droogte en extreme regen.” Tegelijkertijd benadrukt melkveehouder Joris Ingenbleek: “We staan nog aan het begin. Monitoren en leren blijft nodig om echt grip te krijgen op de bodem.”
Boeren als systeemdenkers
Gedeputeerde Boelema toonde veel interesse in de aanpak van de vereniging, die inmiddels uit vijf ondernemers bestaat. Centraal staat een integrale kijk op bodem en water, met de boer als systeemdenker én doener. “Dit is het derde boerenbedrijf dat ik bezoek waar de bodem centraal staat. Ik zie hoe krachtig het is als boeren zelf, vanuit hun praktijk, stappen zetten naar duurzaam bodembeheer. Hier in Vierlingsbeek wordt met lef, kennis en samenwerking gebouwd aan een weerbare landbouw. Een levende bodem is de basis voor toekomstbestendige voedselproductie,” aldus Boelema.
BodemUP als steun in de rug
Het werkbezoek vond plaats in het kader van het Regionaal Water en Bodem Programma. Ook BodemUP speelt hierin een rol. Via dit coachingsprogramma van provincie Noord-Brabant krijgen agrariërs ondersteuning bij het ontwikkelen van duurzaam bodembeheer op hun eigen bedrijf. Bodemcoach Martijn van Vijfeijken en deelnemers Jos van Kempen en Joris Ingenbleek deelden hun ervaringen met de eerste stappen richting regeneratief werken.
Praktijkcentrum in de maak
De middag eindigde – hoe kan het ook anders – met de schop in de grond. De geur van boslucht, zichtbare verschillen in beworteling en de veerkracht van de bodem onderstreepten het verhaal van de dag: duurzaam bodembeheer begint op het bedrijf zelf.
Akkerbouwer Eric van Gorp kijkt vooruit: “We willen uitgroeien tot een regionaal Praktijkcentrum voor regeneratieve landbouw. Een plek waar collega-ondernemers kunnen ervaren wat regeneratief werken oplevert voor bodem, water én het bedrijfsresultaat.”